Broedplaats verhoogt creatief stadsimago.

Creatieve broedplaatsen zijn goed voor het imago van een stad. Ze lokken creatieve professionals aan die van belang zijn voor een levendige stad en een duurzame economie. Sinds Richard Florida in zijn boek ‘The Rise of the Creative Class‘ een blauwdruk gaf om creatieve broedplaatsen uit te bouwen en het effect ervan te onderbouwen, rijzen deze broedplaatsen als paddenstoelen uit de grond. In België heb je oa. De Hoorn in Leuven, C-mine in Genk, i Minds Start-up Garage in Gent, Idealabs in Antwerpen en Innotek in Geel-Mol (Broedplaatsen voor starters, Trends, nr. 11, maart 2014). Nederland timmert al langer aan deze weg. Zo kent Amsterdam sinds 2001 een heus broedplaatsenbeleid en een Bureau Broedplaatsen om kunstenaars goedkope werkplaatsen te geven. De belangstelling neemt toe en dat is goed. Gevolg is wel dat steeds meer partijen zich met de broedplaatsen gaan bemoeien: banken, overheid, bedrijven, projectontwikkelaars, city marketeers,… Dit leidt meestal tot een win-win situatie, maar brengt anderzijds ook verplichtingen met zich mee waaraan de broedplaatsgebruiker moet voldoen. Het vrijheid- en onafhankelijkheidsgevoel is hierdoor niet in elke broedplaats aanwezig en wie zich aanmeldt moet goed weten hoever hij of zij gehecht is aan meer of minder onafhankelijkheid of gevoel van vrijheid.

Volgens Peter Camp in zijn boek ‘De Broedfactor‘ is een goede richtlijn om na te gaan of de broedplaats ‘van onderop’ of ‘van bovenaf’ is ontstaan. Broedplaatsen die ‘van onderop’ zijn ontstaan (Vrijplaatsen, Festivals, Collectieven, Hubs, World Cafés,…) zijn vaak begonnen als een broeinest van mensen die uit enthousiasme of uit frustratie samenspannen om bepaalde maatschappelijke doelen te realiseren. Ze hebben behoefte aan vrijheid en werken graag op hun eigen manier, samen met gelijkgestemden. Ze ontwikkelen vaak een heel eigen vorm van wonen, werken en cultuur.

Auto Nest

foto: http://toobizarre.blogspot.nl

Broedplaatsen ‘van bovenaf’ worden door steden en gemeenten, door scholen en universiteiten of door het bedrijfsleven gestart. Zij bepalen wie er mag deelnemen. Soms moet je solliciteren of zijn er selectieprocedures. Voordeel is dat je op heel wat praktische, financiële en logistieke vlakken ontzorgd wordt. Het broednest is klaar. Jij mag broeden. Incubatoren en acceleratoren voor starters behoren tot deze groep broedplaatsen, alsook ‘Future centers’, ‘Strategic councils’,’Living labs’, ‘Denktanks’ en ‘Platforms’. Tegenover hun inhoudelijke, financiële en logistieke service staan wel verplichtingen waaraan je als deelnemer moet voldoen en je betaalt vaak kosten voor de ondersteuning.  Je checkt best vooraf wie de broedplaat financiert. Soms steunen betrokken partijen de ontwikkeling van broedplaatsen om snel zicht te krijgen op jonge talentvolle ondernemers of om snel toegang te krijgen tot beloftevolle ondernemingen om in te investeren. Soms ondersteunt een stad een creatieve broedplaats met een ronkende naam (Pakhuis De Zwijger; Verkade fabriek; Caballero fabriek,…) om het imago van de stad aantrekkelijk te maken en maakt de ontwikkeling van de broedplaats deel uit van de city branding. Het zijn over het algemeen gerespecteerde partijen (steden, universiteiten, banken, bedrijven), die je legitimiteit als deelnemer ten goede kan komen.

Maar niet iedereen past bij een ‘van bovenaf’ opgezette broedplaats. Sommige deelnemers ervaren de doelen, werkwijze, structuur of selectiecriteria al snel als te rigide of vinden dat ze te veel moeten beantwoorden aan de verwachtingen van opdrachtgevers, subsidieverleners en sponsors. Transparantie helpt de deelnemers een goede keuze te maken. Wat alle oprechte broedplaatsen gemeen horen te hebben is dat ‘ broeden’  centraal staat: er moet ruimte zijn voor verschillende scenario’s, ideeën en oplossingen, kruisbestuiving moet actief gezocht worden en de organisatievorm moet licht en informeel zijn. Als je je keuze van broedplaats afstemt op je eigen mate van behoefte aan vrijheid en onafhankelijkheid en je bovenstaande randvoorwaarden terugvindt op de broedplaats, voorkom je teleurstelling en kan er nog lang en gelukkig gebroed worden.

Manu De Bruyn

Manu@tabulacrea.com

Foto: http://www.vogeltjekijken.nl. De Belgische kunstenaar Benjamin Verdonck bouwde een nest op 50 meter hoogte aan het Weena in Rotterdam.