De open zee heeft geen weet van duizend bronnen

Met een nieuw product, een nieuwe dienst of een nieuwe werkwijze op de markt komen is precies als op volle zee aansturen met een experimenteel nieuw vaartuig. De strijd om een stuk marktaandeel te veroveren en te behouden is hard. Het voelt  als ‘ wij tegen de rest van de wereld en tegen de natuurelementen’. Enige troef daarbij is ‘dat’ wat ons onderscheidt van de anderen, dat ons uniek maakt en een meerwaarde geeft.

Kennis van de markt en van marktverovering, en feeling voor het vinden van ‘gaten in de markt’ doen kansen ontstaan.

Kunnen we in deze ‘struggle for life’ iets opsteken van  een religieuze orde die onderscheidingsvermogen centraal stelt in haar opleidingsdoelstellingen voor postulanten en novicen (de jezuïetenorde)? En hoe vinden we de oorspronkelijke vonken en flitsen  van de verbeelding, de bronnen van de innovatie, terug in de innovatie? En moet dat nog wel…?

Om  innovatie tot een goed eind te brengen is naast verbeelding ook vakmanschap (expertise op allerlei domeinen), commitment en teamwerk nodig.

Om als nieuwkomer in een gevestigde markt binnen te komen is zelfs  een driedubbele gedrevenheid noodzakelijk. De weg naar de volle zee wordt door de branding golf na golf genomen! Dat vergt lef en doorzettingskracht.

We beklemtonen (te) weinig de rol van de verbeelding, die in ons brein tekeer gaat als  vulkaanerupties. Zonder ontstekingsmechanisme rijdt geen normale auto. Zonder goesting, wil, beslissing en opstap start geen fiets, zelfs geen hometrainer. ”l’Imagination au pouvoir” is bron voor inspiratie bij een creatief proces,  maar het idee moet dan langs vele gerichte stappen uitmonden tot een zinvolle innovatie. Pas dan wordt creativiteit gevalideerd. En dit vraagt oefening, zelfs scholing.

Tussen delta en open zee ligt een brakwater zone.  Bij de overgang van zoetwater naar zoutwater, en omgekeerd, is er confrontatie en wisselwerking. Dààr leert de innovatiemanager hoe hij of zij de vernieuwing ad hoc, in dit concrete geval, zal moeten aansturen en welke competenties, kennis en instrumenten daarbij nodig zijn.

 

Roger De Bruyn, co-auteur, emeritus hoogleraar universiteit Antwerpen, stichter-erelid C.O.C.D. (Centrum voor de Ontwikkeling van het Creatief Denken), voorzitter Raad van Bestuur van het C.A.W. (Creatief Atelier Windekind)