Tags

Gerelateerde berichten

Deel dit bericht

Welkom in de doe-democratie!

De overheid bezuinigt op publieke diensten. Sommigen klagen, anderen staan op en doen het zelf, samen met anderen. Ze maken hun wijk mooier en leggen verbindingen. Welkom in de doe-democratie! 

Dewi Gigengack schreef erover in The Optimist, een van mijn favoriete bladen. Zij haalt daarin onder meer het volgende inspirerende voorbeeld aan van Leeszaal Rotterdam West:

Dit voorjaar opende schrijver Abdelkader Benali deze bijzonder plek. ‘Lezen is leven in de verbeelding van de ander’, zegt Benali. Hij is weer even terug in zijn oude wijk. De bibliotheek waar de inmiddels gevierde schrijver als kind zo graag kwam, moest vanwege bezuinigingen eind vorig jaar sluiten, maar actieve buurtbewoners regelden zelf een ruimte, boeken en de inrichting en creëerden samen een nieuwe ontmoetingsplek in hun wijk: Leeszaal Rotterdam West.

In de kleurrijke ruimte – een voormalig Turks badhuis – luisterde tijdens de opening een al even zo kleurrijk publiek naar voordrachten van lokale dichters. Ze zitten aan de lange leestafels en in comfortabele zithoeken. Kinderen lezen en spelen op versleten Perzische tapijten. Aan de muur hangt een stuk papier met een rooster: maar liefst honderdvijftig vrijwilligers gaan zich inzetten om deze plek tot een succes te maken. Enkele Somalische asielzoekers die net een verblijfsvergunning hebben gekregen, worden gastheer en -vrouw. Op een tafel liggen vijf kranten: drie Nederlandse, een Chinese en een Turkse.

De Leeszaal Rotterdam West is een voorbeeld van hoe mensen zich inzetten voor positieve maatschappelijke verandering. Het is een fenomeen dat steeds vaker voorkomt in Nederland: initiatiefnemers die hun wijk mooier, leefbaarder, veiliger of beter willen maken en die hiermee verbindingen leggen tussen mensen, ideeën, middelen en sectoren. Deze ‘veranderaars’ hebben energie, zijn optimistisch en idealistisch en vinden menselijke maat en directe zeggenschap belangrijk.

Er zijn veel benamingen voor deze beweging: de doe-democratie, ‘weconomy’, actief burgerschap, de doe-het-samenmaatschappij, civil society, big society (als tegenhanger van big brother), burgerkracht, ga zo maar door. Feit is dat mensen – sociaal ondernemers of sociaal innovators – de laatste jaren steeds meer dingen zelf zijn gaan doen die voorheen werden gedaan door overheden, welzijnsorganisaties of bedrijven met een maatschappelijke functie. Zo komen er steeds meer bewonerscoöperaties bij die zelf hun energie inkopen, zijn er ouders die op een informele -manier hun kinderopvang regelen en nemen buurtbewoners het beheer van speeltuinen, zwembaden en bibliotheken over.

Maurice Specht is een van de initiatiefnemers van de Leeszaal Rotterdam West. Hij vond het belangrijk dat er een ontmoetingsplek zou zijn in zijn wijk. Na het sluiten van de wijkbibliotheek was een leeszaal een logische optie. Uit gesprekken met buurtbewoners over hoe zo’n plek zou moeten zijn, bleek dat de thema’s ontmoeten, lezen, voorlezen, leren en delen belangrijk waren. De leeszaal voldoet daaraan: je kunt er komen werken, vrijwilligers verzorgen huiswerkbegeleiding, anderen geven taalcursussen en er zijn uiteraard boeken te leen. Er is geen betaal- of registratiesysteem; alles gebeurt op basis van vertrouwen. ‘Vrijwilligers krijgen kennis als vergoeding’, vertelt Specht. ‘Voor de een is dat taalles, voor de ander computerhulp. Het is een uitwisseling van diensten, zonder dat er geld aan te pas komt.’

Specht is behalve actief burger ook ‘expert’: hij is onlangs gepromoveerd op het onderwerp van burgers die zelf actie ondernemen in het publieke domein. Het fenomeen wordt ook wel de ‘derde generatie burgerparticipatie’ genoemd, weet Specht. Het komt voor uit de inspraakcultuur die in de jaren zeventig begon. Begin jaren negentig kwam de ‘interactieve beleidsvorming’ in de mode, waarbij de overheid burgers in een veel vroeger stadium bij plannen ging betrekken. Daarna, vanaf de eeuwwisseling, kwam het initiatief juist steeds meer bij burgers zelf te liggen.

Burgerinitiatieven worden volgens Specht veroorzaakt door onvrede over hoe de overheid dingen regelt, zoals het onderhoud van groen in de wijk, maar ook doordat mensen zijn gaan beseffen dat bepaalde voorzieningen als kinderopvang te zakelijk en afstandelijk zijn geworden. Daarnaast is er minder geld beschikbaar vanuit de overheid en willen mensen niet altijd meer wachten tot een ander het doet, zegt Specht. ‘We kunnen het net zo goed zelf doen,’ verwoordt hij die houding, ‘en misschien zelfs wel beter.’

Bovendien is het leuk om iets zelf te regelen, weet de Rotterdammer uit ervaring. ‘Je bent niet alleen consument, maar ook producent. De vriendschappen, waardering en vaardigheden die je daardoor opdoet, geven betekenis en meerwaarde. En wanneer krijg je nu de kans om zelf restaurantje of energieleveranciertje te spelen?’

Burgerinitiatieven zijn er natuurlijk altijd geweest. Mensen zetten scholen en kerken op. Ze verzorgden hun ouders en harkten het parkje in de buurt aan. Steeds vaker nam de overheid dat werk over. Inmiddels laat ze dat weer langzaam los, of ze maakt er een potje van. Het gevolg: burgers stappen naar voren. Sowieso is hun werk meer zichtbaar dankzij sociale media. Wie nu een oplossing voor betaalbare zorg heeft of een lokale munteenheid wil invoeren, meldt zich niet alleen bij de buren, maar laat ook op internet van zich horen

Burgerinitiatieven moeten dus vooral blijven komen van burgers zelf. En die lijken dat ook graag te willen. ‘We beginnen weer te leren anderen om hulp te vragen’, concludeert Maurice Specht. Voor ‘zijn’ leeszaal had hij een dure internetaansluiting kunnen regelen. Maar nee, ze vroegen gewoon aan de bovenbuurman of ze zijn internet mochten gebruiken. Hij was zó enthousiast over het initiatief, dat dat geen probleem was. De hele inrichting van de leeszaal, met uitzondering van de verlichting, is gratis gedoneerd, net als de boeken die nog altijd blijven binnenkomen.

‘Het is mooi om te ontdekken dat je spullen kunt gebruiken om relaties aan te gaan’, zegt Specht. ‘Privébezit krijgt zo een publieke betekenis.’

Bron: The Optimist